Ik ben niet zo van het afwachten. Wel uitstellen, maar dan dat ik er zelf voor kies. Maar gewoon maar wachten, en niet weten wat er komt, dat kan ik niet zo goed. Ik houd van plannen. Controle. Keuzes maken. En soms ook iemand anders keuzes laten maken, maar daar kies je dan weer voor. Snap je? En nu? Nu ben ik overgeleverd aan de natuur. En wanneer onze zoon zin heeft om naar buiten te komen.

En daarnaast weet je ook nog niks. Dus als ik, zoals gisteren, met harde buiken en pijnlijke krampen op bed lig denk ik alleen maar ‘Is dit het dan? De aanloopfase? Gaat het beginnen?’. En dan, na een nacht woelen en draaien (nouja, omgooien) en honderd keer plassen, en kramp, en wakker worden, en rugpijn zakt alles weer weg. Oke. Niet dus. Op zich ook wel lekker, want de man is een weekend weg. Zou toch wat zijn als hij zich dit moment zou aanmelden.
Dus als je blijft Google’n naar ‘vroege bevallingssymptomen’ of andere gekkigheid kun je jezelf voorbereiden. Lees: gek maken. Want net als met de ‘vroege signalen dat je zwanger bent’ kan alles het wel of niet betekenen. Dus. Wachten maar weer. En aangezien het allemaal steeds pittiger wordt kan ik steeds minder. Maximaal 1 ding op een dag, en dan het liefst in de ochtend. Feestje afzeggen, verjaardag overslaan.
Stoppen met klagen. Want opeens is hij er straks. Oké, ‘opeens’ is mogelijk wat lichtelijk overdreven, gezien de eerste bevalling gemiddeld rond de 24-30uur duurt, maar als het zover is kijk ik misschien wel met weemoed terug naar deze periode. Dat er nog niets hoefde. Niet persen, niet borstvoeden, niet kolven, niet bang zijn om te plassen. Dus ik ga er maar wat van maken!